Ga naar hoofdinhoud

Modbus sjablonen

Met een Modbus sjabloon leg je vast hoe EnergyGrip met een Modbus apparaat praat dat op een Aurum meetset is aangesloten, zoals een afleverset of warmtepomp. In het sjabloon staat welke registers het apparaat heeft, hoe de waarden in die registers gelezen moeten worden en welke registers je vanuit EnergyGrip mag aanpassen. Zodra een sjabloon aan een meetset is toegewezen, verschijnt het apparaat op de pagina van de meetset en kun je de registers uitlezen en beschrijven.

Je vindt de Modbus sjablonen via Instellingen > Modbus sjablonen. Dit menu-item is alleen zichtbaar voor gebruikers met rechten om sjablonen te beheren.

Modbus sjabloon

Sjabloon aanmaken​

Klik op het plusteken naast Modbus sjablonen om een nieuw sjabloon aan te maken. Geef het sjabloon een herkenbare naam, bijvoorbeeld het merk en type van het apparaat. Na het opslaan wordt het sjabloon direct geopend, zodat je de registers kunt toevoegen.

De naam van een bestaand sjabloon pas je aan via het potloodje naast de titel. Met de rode knop rechtsboven verwijder je het sjabloon.

Toegevoegd door Aurum​

Sjablonen met het label Toegevoegd door Aurum zijn door Aurum opgesteld en getest. Je kunt deze sjablonen gewoon gebruiken en aanpassen, maar na een wijziging kan het label verdwijnen. Het sjabloon is dan niet langer gelijk aan de versie die door Aurum is gecontroleerd.

Algemeen​

Op het tabblad Algemeen stel je in wat er op het overzicht van het Modbus apparaat wordt getoond.

  • Grafieken: Voeg één of meerdere grafieken toe met de bronnamen die je samen in één grafiek wilt zien, bijvoorbeeld de aanvoer- en retourtemperaturen. Zonder naam krijgt de grafiek de titel Geschiedenis.
  • Error register: Kies de bronnaam waarin het apparaat zijn foutcode opslaat en vul bij Geen error waarde de waarde in die het apparaat gebruikt als er geen fout is (meestal 0). Alle andere waarden worden in de foutgeschiedenis van het apparaat getoond.

Apparaten​

Op het tabblad Apparaten bepaal je voor welke meetsets het sjabloon geldt. Het getal naast de tabnaam geeft aan hoeveel toewijzingen er zijn.

Apparaten

Klik op Apparaten toewijzen om een nieuwe toewijzing te maken:

  • Modbus id: Het Modbus adres van het apparaat op de Modbus bus van de meetset.
  • Toepassen op alle Aurum meetsets: Het sjabloon wordt gebruikt voor elk apparaat met dit Modbus id, op iedere meetset binnen de organisatie.
  • Selecteer uit lijst of Tekstveld: Haal het vinkje weg om het sjabloon alleen aan specifieke meetsets toe te wijzen. Kies de meetsets uit de lijst, of plak de serienummers in het tekstveld (één serienummer per regel, maximaal 200).
Apparaten toewijzen

Om toewijzingen te verwijderen selecteer je ze in de tabel en klik je op Toewijzingen verwijderen.

Registers​

Op het tabblad Registers leg je vast welke registers het apparaat heeft. Registers worden gegroepeerd in categorieën, zoals Bedrijfstoestand of Parameters. Op de pagina van het apparaat verschijnt elke categorie als een apart onderdeel. Een nieuwe categorie voeg je onderaan de pagina toe. Per categorie kunnen maximaal 25 registers worden aangemaakt.

Registers

Register toevoegen​

Klik op het plusteken bij een categorie om een register toe te voegen.

Nieuw register
VeldToelichting
NaamDe naam die op de pagina van het apparaat wordt getoond.
OmschrijvingOptionele toelichting bij het register.
DatatypeHoe de inhoud van het register moet worden gelezen en geschreven. Zie Datatypes.
AdresHet startadres van het register, standaard in hexadecimale notatie. Met de knop in het invoerveld wissel je naar decimale invoer.
LengteHet aantal registers van 16 bits (2 bytes) dat wordt gelezen. Bij datatypes met een vaste lengte wordt dit automatisch ingevuld.
Weergeven alsHoe het register op de pagina van het apparaat wordt getoond: Alleen lezen, Alleen schrijven, Lezen/schrijven of Schrijfknop.
EenheidDe eenheid die achter de waarde wordt getoond, zoals °C of bar.
Max. decimalenHet maximale aantal decimalen dat wordt getoond. Alleen bij het datatype float.
VermenigvuldigerDe registerwaarde wordt bij het lezen met dit getal vermenigvuldigd en bij het schrijven erdoor gedeeld. Een apparaat dat 21,5 °C opslaat als 215 krijgt een vermenigvuldiger van 0.1.
Minimale en maximale waardeDe grenzen waarbinnen een gebruiker een nieuwe waarde mag invullen. Alleen bij getallen die beschreven kunnen worden.
Te schrijven waardeDe vaste waarde die naar het register wordt geschreven als op de schrijfknop wordt gedrukt, bijvoorbeeld om het apparaat te herstarten.
Toon in generieke informatieToont het register ook in de kaart Algemene informatie op het overzicht van het apparaat.

Pre-write register​

Sommige apparaten accepteren pas een nieuwe waarde nadat eerst een vaste waarde naar een ander register is geschreven, bijvoorbeeld om het apparaat in configuratiemodus te zetten. Zet in dat geval het Pre-write register aan en vul het datatype, het adres en de waarde in. EnergyGrip schrijft deze waarde dan automatisch vóór elk register dat je aanpast. Omdat elke wijziging zo uit twee schrijfacties bestaat, kun je met een pre-write register maximaal 12 registers tegelijk opslaan in plaats van 25.

Pre-write register

Datatypes​

Modbus registers zijn altijd 16 bits (2 bytes) groot. Waarden die meer ruimte nodig hebben beslaan meerdere opeenvolgende registers. EnergyGrip leest deze registers in big-endian volgorde: het eerste register en de eerste byte bevatten het meest significante deel van de waarde.

Datatypes

Getallen​

DatatypeOmschrijvingRegistersBereik
uint88-bit geheel getal zonder teken10 tot 255, alleen de minst significante (rechter) byte van het register
uint1616-bit geheel getal zonder teken10 tot 65.535
uint3232-bit geheel getal zonder teken20 tot 4.294.967.295
uint6464-bit geheel getal zonder teken40 tot 18.446.744.073.709.551.615
int1616-bit geheel getal met teken1−32.768 tot 32.767
int3232-bit geheel getal met teken2−2.147.483.648 tot 2.147.483.647
int6464-bit geheel getal met teken4−9.223.372.036.854.775.808 tot 9.223.372.036.854.775.807
floatKommagetal232-bit kommagetal (enkele precisie)

Alleen voor deze getaltypes zijn een vermenigvuldiger en een minimale en maximale waarde beschikbaar.

Overige datatypes​

DatatypeRegistersInvoer en weergaveVoorbeeldToelichting
stringVrij, 2 tekens per registerTekstHIU-200Twee tekens per register. Een tekst van 16 tekens heeft dus 8 registers nodig.
bitfieldVrij, 16 bits per registerReeks van 0-en en 1-en10110011Elke bit is een aparte aan/uit-status. De meest rechtse bit is bit 0.
byteArrayVrij, 2 bytes per registerHexadecimaal (0x…) of kommagescheiden decimale bytes0xFF01A2 of 255, 1, 162Ruwe bytes, bijvoorbeeld kalibratiegegevens. Elk decimaal getal is één byte (0 tot 255).
version1 of 2Versienummer met 2 of 3 delen1.2 of 1.2.4Eén byte per deel, dus maximaal 255 per deel. Met 1 register zijn 2 delen mogelijk, met 2 registers 3 delen.
uint32Epoch2Datum en tijd01-01-2026 13:00Seconden sinds 1 januari 1970 (UTC), getoond in je eigen tijdzone. Werkt tot 7 februari 2106.
uint64EpochSec4Datum en tijd01-01-2100 00:00Als uint32Epoch, maar in 64 bits en zonder praktische bovengrens.

Modbus apparaat bekijken​

Is een sjabloon aan een meetset toegewezen, dan verschijnt het Modbus apparaat als tegel op de pagina van de meetset en van de locatie. Klik op de tegel om de pagina van het apparaat te openen.

Het Overzicht toont de algemene informatie, de grafieken en de foutgeschiedenis van de afgelopen 28 dagen, zoals ingesteld op het tabblad Algemeen van het sjabloon.

Overzicht Modbus apparaat

Op het tabblad Registers zie je per categorie de actuele waarden van het apparaat. Velden die beschreven mogen worden kun je direct aanpassen. Klik daarna op Opslaan om de nieuwe waarden naar het apparaat te sturen, of op Reset om de wijzigingen ongedaan te maken. Je kunt maximaal 25 registers tegelijk opslaan. Registers met een schrijfknop voer je direct uit met Uitvoeren.

Registers Modbus apparaat

Lukt het niet om het apparaat te bereiken, dan verschijnt er een melding. Controleer in dat geval of de meetset online is en of het apparaat correct op het opgegeven Modbus id is aangesloten.